GOD BESTÁÁT EN DOET WÉL IETS

 

Het kleine kind speelt in de tuin
Moeder houdt het wél in de gaten
De schommel en glijbaan ‘n beetje schuin
Vader wil ‘t kind graag spelen laten

 

Door de ouders kan dit kind spelen
Maar meespelen doen de ouders niet
Het kind hoeft zich echter niet te vervelen
In de grote tuin waar het van alles ziet:

 

Hondjes, poesjes, vogeltjes, konijnen
Een veranda, een tuinhuis en priëlen
Waterplassen, vijvertjes en fonteinen
Het kind hoeft zich hier niet te vervelen

 

En het hoeft over z’n ouders niet te klagen
Het hoeft niet boos of opstandig te zijn
En het hoeft zich niet steeds af te vragen:
“Zijn m’n ouders ’echt’ en hun bedoelingen ‘rein’”?!!

 

                                           © door Giel Heijmans